Het antwoord hangt af van uw woningtype en huidige situatie. Hier vindt u een eerlijke vergelijking per maatregel.
Welke isolatiemaatregel het meeste effect heeft, hangt af van uw woningtype en huidige isolatieniveau. Bij een woning met een lege spouw is spouwmuurisolatie doorgaans de maatregel met het grootste effect per geïnvesteerde euro. Bij een woning met een ongeïsoleerd dak dat als leefruimte wordt gebruikt, maakt dakisolatie het grootste verschil. De vuistregel: isoleer eerst het bouwdeel met het grootste ongeïsoleerde oppervlak dat in contact staat met de buitenlucht.
Bij een gemiddelde, ongeïsoleerde woning gaat de meeste warmte verloren via het dak (circa 30%), de gevels (circa 25%), de vloer (circa 15%) en de ramen (circa 15%). De rest verdwijnt via ventilatie en kieren. Deze verdeling verschilt per woningtype: een vrijstaande woning verliest relatief meer via de gevels, een tussenwoning meer via het dak en de vloer. Het bouwdeel met het grootste warmteverlies biedt doorgaans het meeste besparingspotentieel.
Spouwmuurisolatie is bij veel woningen uit de jaren 50 tot 80 de maatregel met de beste verhouding tussen investering en resultaat. De kosten zijn relatief laag (€30–€40 per m²), de uitvoering duurt een dag en het gasverbruik kan met 15 tot 25% dalen. Bij woningen met veel geveloppervlak, zoals hoekwoningen en vrijstaande woningen, is het effect groter dan bij tussenwoningen.
Het dak is het bouwdeel met het grootste warmteverlies, warme lucht stijgt immers op. Dakisolatie kan het warmteverlies via het dak aanzienlijk verminderen. Het effect is het grootst wanneer de zolder als leefruimte wordt gebruikt en er nog geen isolatie aanwezig is. De investering (€50–€75 per m²) is hoger dan bij spouwmuurisolatie, maar het absolute effect is bij grote daken aanzienlijk.
Vloerisolatie kan het gasverbruik met 10 tot 15% verlagen. Het percentage is lager dan bij spouwmuur of dak, maar het comforteffect is direct voelbaar: geen koude voeten meer, een gelijkmatiger binnentemperatuur en minder tocht. Vloerisolatie is vooral effectief bij woningen met een kruipruimte van minimaal 45 cm. Bij lagere kruipruimtes kan bodemisolatie een alternatief zijn.
HR++ glas kan circa 40% van het warmteverlies via de ramen voorkomen vergeleken met enkel glas. Triple glas vermindert dit met circa 60%. Naast energiebesparing verbetert nieuw glas ook de geluidsisolatie en het wooncomfort. De terugverdientijd is langer dan bij andere maatregelen (10–15 jaar), maar veel huiseigenaren kiezen voor glas vanwege het directe comfort- en uitstralingseffect.
Bij een jaren 60-70 tussenwoning met lege spouw: begin met spouwmuurisolatie. Bij een vrijstaande woning met groot dakoppervlak: overweeg dakisolatie als eerste. Bij een benedenwoning met koude vloer: vloerisolatie maakt het grootste verschil. Bij een vooroorlogse woning zonder spouw: gevelisolatie is de aangewezen methode, maar duurder. Het optimale advies hangt altijd af van uw specifieke situatie, een woninginspectie biedt uitsluitsel.